Noroseal 2,6g Intramammaire Susp Rund Ser 120
Op voorschrift
Geneesmiddel

Noroseal 2,6g Intramammaire Susp Rund Ser 120

  € 247,92
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Doeldier : rund (melkkoeien)

Preventie van nieuwe intramammaire infecties gedurende de periode van droogstand.

Bij koeien die beschouwd worden als zijnde vrij van subklinische mastitis kan het diergeneesmiddel geschikt zijn om op zichzelf gebruikt te worden voor droogzetmanagement voor mastitiscontrole.

De selectie van koeien voor behandeling met het diergeneesmiddel dient gebaseerd te zijn op diergeneeskundige klinische beoordeling. Selectiecriteria kunnen gebaseerd zijn op het mastitis- en celgetalverleden van de individuele koeien of erkende testen voor het aantonen van subklinische mastitis zoals bacteriologische monstername

Per intramammaire injector van 4 g:

Werkzaam bestanddeel:

Bismutsubnitraat, zwaar 2,6 g.

Lichtbruine suspensie.

Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: In klinische studies is de verenigbaarheid van het diergeneesmiddel alleen aangetoond met een cloxacilline bevattend droogzetpreparaat.

Overdosering: Tweemaal de aanbevolen dosis is aan koeien toegediend zonder klinische bijwerkingen.

Belangrijke onverenigbaarheden: Geen bekend.

7. Bijwerkingen Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Acute mastitis1 1Voornamelijk vanwege de slechte infusietechniek en gebrek aan hygiëne. Zie secties 9 over het belang van aseptische techniek. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: https://www.fagg.be/nl/diergeneeskundig_gebruik/geneesmiddelen/geneesmiddelen/farmacovigilantie/ melden_van_bijwerkingen

Niet gebruiken bij lacterende koeien. Gebruik het diergeneesmiddel niet als enig middel bij koeien met subklinische mastitis bij het droogzetten. Niet gebruiken bij koeien met klinische mastitis bij het droogzetten.

Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.

  1. Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen

Intramammair gebruik.

Breng de inhoud van één injector van het diergeneesmiddel in elk uierkwartier in, direct na de laatste melkbeurt van de lactatieperiode (bij het droogzetten).

  1. Aanwijzingen voor een juiste toediening

Speen of uier na het inbrengen van het diergeneesmiddel niet masseren.

Om het risico op mastitis na toediening te voorkómen, dient er gezorgd te worden voor een aseptische techniek.

Het is essentieel dat de speen grondig gereinigd en gedesinfecteerd wordt met medicinale alcohol of met een met alcohol geïmpregneerd tepeldoekje. De spenen dienen schoongemaakt te worden tot er op de tepeldoekjes geen zichtbaar vuil meer achterblijft. Daarna de spenen op laten drogen voordat het diergeneesmiddel ingebracht wordt. Breng aseptisch in en zorg ervoor dat de punt van de injector niet verontreinigd wordt. Aangeraden wordt om na het inbrengen een geschikte tepeldip of -spray te gebruiken.

Onder koude omstandigheden kan het diergeneesmiddel worden opgewarmd in een warme omgeving tot kamertemperatuur om de inspuitbaarheid te vergemakkelijken.

CNK 3085339
Organisaties Fendigo
Hoeveelheid verpakking 2.6
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)